Waarom glas altijd het zwakste punt in isolatie blijft
| Met een beetje logisch nadenken kan iedereen bedenken dat glas van slechts enkele millimeters dik nauwelijks isolerende waarde heeft. Wat glas wél doet, is de wind tegenhouden. En lange tijd was dat ook voldoende. Tot ver in de jaren zeventig maakte isolatie weinig uit. De meeste huishoudens waren aangesloten op aardgas en zolang de thermostaat maar hoog genoeg stond, werd het huis wel warm. Water van 70 tot 80 graden door de radiatoren was heel normaal. Dat veranderde abrupt in 1973, tijdens de oliecrisis. Energie werd duur en ineens ontstond er aandacht voor het isoleren van de zogeheten thermische schil van de woning. Men begon met daken en gevels, later gevolgd door de begane grondvloer. Al in 1948 kwam Thermopane met dubbelglas, maar pas vanaf de jaren tachtig werd isolatieglas echt standaard toegepast in de nieuwbouw. Isolatieglas In de loop der jaren is de kwaliteit van dubbelglas steeds verder verbeterd. Eerst kwam HR-glas, daarna HR+, HR++, HR+++, en uiteindelijk zelfs vacuümglas. Ook de levensduur nam toe, al kom je incidenteel nog steeds Thermopane uit de jaren zeventig tegen dat nog niet lekgeslagen is. Toch is en blijft glas op zichzelf een slecht isolerend materiaal. Het is dun en heeft een relatief hoge soortelijke massa. Door meerdere glaslagen toe te passen, reflecterende coatings te gebruiken en de spouwen te vullen met edelgassen, kan de isolatiewaarde aanzienlijk worden verbeterd, maar glas blijft vrijwel altijd het koudste onderdeel van de woning. Dat is ook de reden dat condens zich meestal als eerste en het meest vormt op het glas. | Wat zegt de U-waarde? De isolatiewaarde van glas drukken we uit in een U-waarde (warmtedoorgangscoëfficiënt), met als eenheid W/m²K. Deze waarde geeft aan hoeveel warmte er per seconde door één vierkante meter glas stroomt bij een temperatuurverschil van 1 graad Kelvin tussen binnen en buiten. Hoe lager de U-waarde, hoe beter de isolatie. Ter illustratie: Met andere woorden: Glas blijft een compromis Glas heeft dus per definitie een slechte isolatiewaarde en blijft vrijwel altijd het koudste oppervlak in huis. Dat zorgt niet alleen voor energieverlies, maar ook voor comfortproblemen zoals koudeval en condensvorming. En dan rijst vanzelf de vraag: |